Statuut

Naam, Plaats en Doel

Artikel 1.
1. De vereniging is genaamd: Excitatie.
2. Zij is gevestigd in de gemeente Groningen.
Artikel 2.
1. Het stimuleren van contacten tussen (oud-) studenten, docenten en de opleiding HBO-MBRT van de Hanzehogeschool met als doel elkaar op de hoogte te houden van en te informeren over wetenschappelijke en vakgerichte ontwikkelingen.
2. Het organiseren van evenementen om deze contacten te bevorderen. Deze evenementen kunnen zowel een wetenschappelijk als een sociaal karakter dragen.
3. Het terugkoppelen en uitwisselen van ervaringen waarmee het onderwijsprogramma kan worden geactualiseerd.
4. En alles wat deze doelen kan bevorderen.

Het Vermogen

Artikel 3.
Het vermogen van de vereniging kan worden gevormd door:
a. contributie van de leden;
b. inkomsten verkregen uit door de vereniging georganiseerde evenementen;
c. subsidies en donaties;
d. andere inkomsten en opbrengsten.

Het Lidmaatschap

Artikel 4.
1. Naast de oprichters zijn leden de natuurlijke personen, die hetzij bij oprichting door de oprichters tot het lidmaatschap zijn toegelaten, hetzij na oprichting door het bestuur als zodanig zijn toegelaten.
De vereniging kent 4 categorieën leden, te weten:
a. gewone leden: zijn afgestudeerden van de studierichtingen van de HBO -MBRT van de Hanzehogeschool Groningen en als zodanig door het bestuur toegelaten (dag en duaal);
b. aspirant leden; studenten van de studierichtingen van de HBO-MBRT van de Hanzehogeschool en worden als zodanig door het bestuur toegelaten zodra zij mogen starten aan de afstudeerfase (geldt voor dag en duaal);
c. buitengewone leden: zijnde (oud)medewerkers van de studierichtingen van de HBO-MBRT Hanzehogeschool Groningen en als zodanig door het bestuur toegelaten;
d. ereleden.
2. Indien het bestuur iemand die zich als lid aanmeldt niet toelaat, deelt het zijn beslissing schriftelijk en gemotiveerd aan betrokkene mee onder gelijktijdige vermelding, dat deze daartegen binnen een maand beroep kan instellen bij de algemene ledenvergadering door het indienen van een beroepschrift bij het secretariaat van de vereniging. Het bestuur stelt de algemene ledenvergadering in haar eerstvolgende vergadering op de hoogte van de niet?toelating en van een eventueel ingesteld beroep. Indien betrokkene beroep heeft ingesteld, kan de algemene ledenvergadering alsnog tot toelating besluiten.
3. Het lidmaatschap van de vereniging is persoonlijk.
4. Op voorstel van het bestuur kan de algemene ledenvergadering een persoon wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging tot erelid benoemen. Dit lidmaatschap gaat in na aanvaarding van de benoeming.
De algemene vergadering is te allen tijde bevoegd betrokkene het erelidmaatschap weer te ontnemen. Voorts eindigt het erelidmaatschap door bedanken en door overlijden.
5. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald worden in deze statuten onder leden van de vereniging niet de ereleden begrepen.

Kontributie en andere verplichtingen

Artikel 5.
1. De leden zijn verplicht de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van de organen van de vereniging, na te leven en de belangen van de vereniging niet te schaden.
2. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, welke door de algemene ledenvergadering op voorstel van het bestuur wordt vastgesteld.
3. De leden kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende contributie betalen.
4. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het boekjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.
5. De betaling van de contributie geschiedt bij voorkeur door middel van automatische incasso.

Ledenregister

Artikel 6.
1. Het bestuur houdt een register bij, waarin worden opgenomen de namen, adressen, telefoonnummers en E-mail adressen van de leden.
2. Ieder lid is verplicht opgave te doen aan het bestuur van eventuele wijzigingen van de ingeschreven gegevens.
3. Alle oproepingen en kennisgevingen kunnen geschieden aan de in het register opgenomen adresgegevens van de leden.
4. Kent de vereniging een homepage of ander periodiek aan de leden toegezonden blad, dan kunnen oproepingen en mededelingen, voor de leden bestemd, daarin worden opgenomen. Heeft de vereniging donateurs, als bedoeld in artikel 8, en wordt zodanig blad ook aan hen toegezonden, dan geldt het voorgaande eveneens voor oproepingen en mededelingen bestemd voor donateurs.
5. Het bepaalde in dit artikel geldt tevens voor ereleden.

Schorsing

Artikel 6a.
1. Het bestuur is bevoegd bij wijze van disciplinaire maatregel een lid te schorsen wanneer dit lid door zijn gedrag de belangen van de vereniging of van een of meer andere leden op onredelijke wijze schaadt.
2. Een schorsing kan voor een periode van ten hoogste drie maanden worden opgelegd en kan éénmaal met ten hoogste drie maanden worden verlengd.
3. Het bestuur stelt het lid bij aangetekend schrijven in kennis van de schorsing respectievelijk van de verlenging daarvan onder opgave van de gronden die tot de schorsing, respectievelijk de verlenging hebben geleid.
4. Betrokkene kan zich binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het vorige lid schriftelijk tot de algemene ledenvergadering wenden en daarbij beroep instellen tegen de schorsing respectievelijk de verlenging daarvan. Heeft de algemene ledenvergadering een commissie van beroep ingesteld als bedoeld in het volgende lid, dan wordt het beroep ingesteld en behandeld door die commissie.
Het beroepschrift wordt ingediend bij het secretariaat van de vereniging.
5. De algemene ledenvergadering kan een commissie van beroep instellen, bestaande uit drie leden en twee plaatsvervangende leden, voor de behandeling van beroepen als bedoeld in het vorige lid.
De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden jaarlijks door de algemene ledenvergadering uit de leden van de vereniging gekozen en hebben zitting voor een periode van een jaar. Aftredende leden zijn onmiddellijk herkiesbaar.
6. De secretaris roept na ontvangst van het beroepschrift onverwijld een algemene ledenvergadering respectievelijk een vergadering van de beroepscommissie bijeen, die binnen een maand na de ontvangst van het beroepschrift moet worden gehouden.
7. De algemene ledenvergadering respectievelijk de beroepscommissie neemt inzake het beroep geen beslissing dan nadat het betrokken lid in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord door de algemene ledenvergadering respectievelijk de beroepscommissie. De algemene ledenvergadering respectievelijk de beroepscommissie is te allen tijde bevoegd een schorsing met onmiddellijke ingang te beëindigen.
8. Is voor het einde van de schorsingstermijn door het bestuur aan het betrokken lid geen mededeling gedaan inzake opzegging van of ontzetting uit het lidmaatschap en is voor het einde van die termijn geen besluit genomen als bedoeld in het vorige lid, dan eindigt de schorsing van rechtswege door het verstrijken van die termijn.
9. Gedurende de schorsing kan het lid niet deelnemen aan de activiteiten van de vereniging en kan het zijn lidmaatschapsrechten, behoudens het bepaalde in dit artikel, niet uitoefenen.

Einde lidmaatschap

Artikel 7.
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door opzegging door het lid;
b. door opzegging door de vereniging;
c. door overlijden van het lid;
d. door ontzetting (royement).
2. Opzegging door de vereniging kan geschieden:
a. wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
b. wanneer van de vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap nog langer te laten voortduren.
c. De opzegging geschiedt door het bestuur.
3. Behoudens het bepaalde in de leden 4 en 5 van dit artikel kan opzegging van het lidmaatschap, zowel door het lid als namens de vereniging met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken voor het einde van het kalenderjaar geschieden. Een opzegging die niet voldoet aan de in de vorige zin vermelde vereisten, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
4. Indien echter de opzegging, hetzij door de vereniging, hetzij door het lid, geschiedt op grond van dat redelijkerwijs van de vereniging, respectievelijk van het lid, niet gevergd kan worden het lidmaatschap nog langer te laten voortduren, kan het lidmaatschap met onmiddellijke ingang worden beëindigd.
5. Voorts kan een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen:
a. binnen een maand nadat hem een besluit is bekend geworden of meegedeeld, waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard. Het besluit is alsdan niet op hem van toepassing. Het lid heeft deze bevoegdheid tot onmiddellijke opzegging echter niet bij wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen.
b. binnen een maand nadat hem een besluit tot fusie van de vereniging of tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm is meegedeeld.
6. Ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting geschiedt door het bestuur.
7. Nadat het bestuur tot ontzetting heeft besloten, wordt het lid daarvan ten spoedigste in kennis gesteld door middel van een aangetekend schrijven, waarbij hem uitdrukkelijk de redenen voor de ontzetting worden meegedeeld.
8. Betrokkene kan zich binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in het vorige lid schriftelijk tot de algemene ledenvergadering wenden en daarbij beroep instellen tegen het besluit tot ontzetting. Het beroepschrift wordt daartoe ingediend bij het secretariaat van de vereniging.
9. De algemene ledenvergadering neemt alsdan in haar eerstvolgende vergadering een beslissing over de ontzetting.
10. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande dat betrokkene voor het voeren van verweer toegang heeft tot de algemene ledenvergadering, waar zijn beroep wordt behandeld en bevoegd is in die vergadering daarover het woord te voeren. Betrokkene is tevens bevoegd zich in de bedoelde vergadering door een raadsman te doen bijstaan.

Donateurs

Artikel 8.
1. Aan de vereniging kunnen ook donateurs zijn verbonden.
2. Donateurs zijn natuurlijke of rechtspersonen, die door het bestuur als zodanig zijn toegelaten en die zich jegens de vereniging verplichten om jaarlijks een door de algemene vergadering minimaal vastgestelde bijdrage te storten.
3. Aanmelding als donateur geschiedt door schriftelijke opgave aan het bestuur onder vermelding van de voorgenomen bijdrage.
4. Het bestuur houdt een register bij waarin van iedere donateur diens naam, adres en het bedrag van de met hem overeengekomen jaarlijkse bijdrage wordt opgenomen.
5. Donateurs hebben geen andere rechten of verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens deze statuten zijn toegekend of opgelegd.
6. De rechten en verplichtingen van de donateur kunnen te allen tijde zowel door de vereniging als door de donateur door opzegging met onmiddellijke ingang worden beëindigd, met dien verstande dat bij opzegging door de donateur de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

Bestuur

Artikel 9.
1. Het bestuur van de vereniging bestaat uit ten minste drie leden. Met inachtneming hiervan wordt het aantal leden vastgesteld door de algemene vergadering, zulks met dien verstande dat het bestuur uit een oneven aantal leden dient te bestaan.
2. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester worden in functie benoemd. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon zijn verenigd. Overige functies en eventuele bijzondere taken worden door het bestuur in onderling overleg verdeeld.
3. Wanneer in het bestuur een of meer vacatures zijn ontstaan, vormen de overige bestuursleden of vormt het overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.
Het bestuur zorgt er voor dat zo spoedig mogelijk na het ontstaan van een vacature een algemene ledenvergadering wordt bijeengeroepen tot benoeming van een nieuw bestuurslid.
4. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies, waarvan de leden door het bestuur worden benoemd en ontslagen.
Het bestuur stelt de taak van iedere commissie vast en kan deze wijzigen. Het is ook bevoegd een commissie te allen tijde weer op te heffen.
Van de instelling, samenstelling en taakstelling van een commissie, van de wijziging daarvan, alsmede van de opheffing van een commissie doet het bestuur mededeling aan de algemene ledenvergadering.

Benoeming, aftreden, schrosing en ontslag van bestuurders

Artikel 10.
1. De leden van het bestuur worden, voor zover zij niet bij oprichting van de vereniging zijn benoemd, gekozen door de algemene vergadering, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 2.
2. Tot lid van het bestuur kunnen slechts worden gekozen leden van de vereniging die meerderjarig zijn.
3. Tot veertien dagen voor de datum van de algemene ledenvergadering waarop de benoeming aan de orde zal komen, kunnen stemgerechtigde leden zich bij de secretaris kandidaat stellen voor een bestuursfunctie.
4. Een bestuurslid wordt benoemd voor een periode van één jaar, met dien verstande dat het bestuurslidmaatschap van betrokkene behoudens het bepaalde in lid 7 van dit artikel en behoudens herbenoeming, feitelijk eindigt op het moment dat de benoeming van een nieuwe bestuurder in de desbetreffende vacature ingaat.
5. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar.
6. Een bestuurder casu quo de bestuurder kan/kunnen zijn/hun bestuurslidmaatschap doen eindigen door een schriftelijke opzegging, gericht aan het bestuur van de vereniging. Wanneer sprake is van een collectief opzeggen door alle bestuurders wordt voormelde schriftelijke opzegging gericht aan de algemene ledenvergadering door middel van bijeenroeping van deze vergadering.
Het lidmaatschap eindigt alsdan op het in de opzegging aangegeven tijdstip, doch niet eerder dan het moment waarop de opzegging de vereniging heeft bereikt.
Voorts eindigt het bestuurslidmaatschap:
a. doordat de bestuurder in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft gekregen, dan wel op andere grond krachtens rechterlijke uitspraak het vrije beheer over zijn vermogen heeft verloren.
b. door ontslag krachtens besluit van de algemene ledenvergadering, waartoe dit orgaan te allen tijde bevoegd is. Het besluit wordt schriftelijk aan de bestuurder medegedeeld.
c. door overlijden.
7. De algemene ledenvergadering kan een bestuurslid als zodanig te allen tijde schorsen. Een schorsing, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
8. Schorsing of ontslag van een persoon als lid van het bestuur, laat op zichzelf diens rechten en verplichtingen als lid van de vereniging onaangetast.
9. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie redelijkerwijs gemaakte kosten. De algemene ledenvergadering kan aan een lid van het bestuur een vaste periodieke onkostenvergoeding toekennen.

Bestuursvergaderingen

Artikel 11.
1. Voorzover het bestuur niet anders bepaalt, vergadert het bestuur in besloten kring zo dikwijls de voorzitter dit wenselijk acht. Voorts komt het bestuur bijeen indien ten minste twee leden van het bestuur daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij de secretaris.
2. De secretaris roept de vergaderingen bijeen met inachtneming van een oproepingstermijn van ten minste zeven dagen. Indien alle bestuursleden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan op het niet in acht nemen van deze termijn geen beroep worden gedaan.
3. Een bestuurslid kan zich slechts door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander bestuurslid ter vergadering laten vertegenwoordigen en zijn stem door deze gevolmachtigde laten uitbrengen. De volmacht dient bij aanvang van de vergadering aan de voorzitter van de vergadering te worden overhandigd.
4. Indien niet ten minste de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden ter vergadering aanwezig, danwel vertegenwoordigd is, kunnen geen besluiten worden genomen.
5. Is op een vergadering het vereiste aantal leden als bedoeld in het vorige lid niet aanwezig respectievelijk vertegenwoordigd, dan kan op een tweede vergadering, mits deze met inachtneming van de voorgeschreven oproepingstermijn binnen vier weken na de eerstbedoelde vergadering wordt gehouden, over de voor de eerstbedoelde vergadering geagendeerde onderwerpen alsnog worden besloten ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden en mits in de oproeping uitdrukkelijk wordt vermeld dat over bedoelde onderwerpen thans aldus kan worden besloten, vanwege het ontbreken van het vereiste quorum op de eerstbedoelde vergadering.
6. Alle besluiten worden genomen met gewone meerderheid der uitgebrachte stemmen.
Elk bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
De stemming geschiedt mondeling, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt. Blanco stemmen gelden als niet uitgebracht.
7. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dat oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een stemgerechtigde aanwezige zulks verlangt.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
8. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een door de voorzitter aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend.
De secretaris zorgt ervoor dat ieder lid van het bestuur een kopie van de ondertekende notulen krijgt.
9. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen.
In dat geval is vereist dat elk bestuurslid aan de stemming deelneemt en zijn stem schriftelijk uitbrengt.

Dagelijks bestuur

Artikel 11a.
1. Voorzitter, secretaris en penningmeester vormen het dagelijks bestuur.
2. Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereidingen voor de bestuursvergaderingen en met de uitvoering van de door het bestuur genomen besluiten.
3. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is het bepaalde in het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
4. Het dagelijks bestuur functioneert onder verantwoordelijkheid van het bestuur en is daaraan te allen tijde verantwoording verschuldigd.
5. Het bestuur kan bestuurstaken aan het dagelijks bestuur delegeren en kan deze delegatie te allen tijde weer ongedaan maken. Niet gedelegeerd kunnen worden bevoegdheden die ingevolge de wet of deze statuten aan het bestuur toekomen.

Vertegenwoordiging

Artikel 12.
1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt bovendien toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders, waarvan tenminste één bestuurder lid van het dagelijks bestuur dient te zijn.
3. Namens de vereniging kunnen geen overeenkomsten worden aangegaan tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, noch overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.
Artikel 13.
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of door de statuten aan het bestuur of andere organen zijn opgedragen.
2. Jaarlijks wordt ten minste één algemene ledenvergadering gehouden. Deze vergadering heet “de jaarvergadering”. Artikel 16 van deze statuten geeft daaromtrent nadere voorschriften. Elke andere algemene ledenvergadering wordt genoemd “buitengewone algemene ledenvergadering”.
3. Een buitengewone algemene ledenvergadering wordt gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte van de stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan dit verzoek niet binnen veertien dagen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers op kosten van de vereniging zelf tot bijeenroeping overgaan op de wijze zoals in het volgende lid wordt voorgeschreven voor oproepingen door het bestuur. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.
5. Een algemene ledenvergadering wordt, behoudens in het bijzondere geval als bedoeld in de tweede zin van het vorige lid, bijeengeroepen door het bestuur. De oproepingstermijn bedraagt ten minste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 lid 4 geschiedt de bijeenroeping door middel van een aan alle leden en donateurs te zenden schriftelijke kennisgeving en / of E-mail bericht zulks onder gelijktijdige vermelding van de agenda; de kennisgeving wordt gezonden aan de leden en donateurs middels de adresgegevens, zoals deze zijn opgenomen in het ledenregister, respectievelijk het register van donateurs.
6. Over een onderwerp dat niet op agenda staat vermeld, kan slechts worden besloten indien alle leden ter vergadering aanwezig zijn en er unaniem mee instemmen dat het onderwerp behandeld wordt.

Toegang en besluitvorming almgene ledenvergadering

Artikel 14.
1. Elk lid heeft het recht de algemene ledenvergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren, en zijn stem uit te brengen, tenzij hij ten tijde van de vergadering als lid is geschorst. Donateurs en ereleden hebben eveneens het recht de algemene ledenvergadering bij te wonen en daarin het woord te voeren.
2. In bijzondere gevallen kan de vergadering ook aan één of meer andere personen dan bedoeld in het vorige lid toegang tot de vergadering verlenen en hem of hen het recht geven het woord te voeren, hetzij in het algemeen, hetzij inzake een bepaald agendapunt.
3. Elk stemgerechtigd lid kan één stem uitbrengen.
4. Een lid kan zich door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid ter vergadering laten vertegenwoordigen en zijn stem door deze gevolmachtigde laten uitbrengen. Een lid mag naast zijn eigen stem echter slechts maximaal twee stemmen bij volmacht uitbrengen.
5. Tenzij in deze statuten anders is bepaald, wordt een besluit genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
6. Als ongeldige stemmen worden aangemerkt uitgebrachte stemmen of stembiljetten die, naar het oordeel van de voorzitter:
a. blanco zijn;
b. zijn ondertekend;
c. onleesbaar zijn;
d. een persoon niet duidelijk aanwijzen;
e. de naam bevatten van een persoon, die niet kandidaat gesteld is;
f. voor een verkiesbare plaats meer dan een naam bevatten;
g. meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon, die is bedoeld;
h. op enigerlei andere wijze onduidelijk zijn.
7. Op voorstel van de voorzitter kan een besluit bij acclamatie worden aangenomen, tenzij een lid hoofdelijke stemming verlangt.
8. Over personen wordt schriftelijk gestemd; over zaken mondeling, tenzij een lid schriftelijke stemming verlangt. In geval van een schriftelijke stemming kan de voorzitter uit de ter vergadering aanwezige leden drie personen aanwijzen, die gezamenlijk als stembureau de stemming organiseren, de uitslag bepalen, en deze aan de voorzitter meedelen.
9. Bij een stemming over de benoeming van personen wordt, indien er meer vacatures zijn, over elke vacature afzonderlijk gestemd. Mocht bij de eerste stemming op geen der kandidaten de meerderheid der stemmen zijn uitgebracht, dan zal worden herstemd over die kandidaten, op wie ten minste één stem is uitgebracht, met uitzondering van degene op wie het laagste aantal stemmen is uitgebracht. Indien op meer dan één kandidaat dit laagste aantal stemmen is uitgebracht, dan beslist het lot wie van hen voor de volgende stemming afvalt. De stemprocedure als weergegeven in de vorige twee zinnen wordt herhaald totdat op een kandidaat de meerderheid der stemmen is uitgebracht. Staken de stemmen bij een stemming over twee kandidaten, dan wordt over hen opnieuw gestemd. Staken de stemmen ook dan, dan beslist het lot. Ook indien voor een vacature slechts één kandidaat beschikbaar is, zal een stemming worden gehouden. Staken de stemmen in deze stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
10. Wordt over personen gestemd, anders dan terzake van een benoeming, dan geldt het voorstel bij staking van stemmen als verworpen. Ook indien een voorstel zaken betreft, wordt het bij staking van stemmen als verworpen beschouwd.
11. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dat oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een stemgerechtigde aanwezige zulks verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
12. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene ledenvergadering.

Leiding en notulering algemene vergadering

Artikel 15.
1. Een algemene ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de algemene ledenvergadering daarin zelf.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, is de algemene ledenvergadering steeds bevoegd zelf een voorzitter aan te wijzen.
3. Van het verhandelde in de vergadering worden door de secretaris of een door de voorzitter aangewezen persoon notulen gemaakt. De notulen worden, na ondertekening door de voorzitter en de notulist, ter kennis van de leden gebracht en worden in de eerstvolgende algemene ledenvergadering besproken en, al dan niet gewijzigd, bij besluit van die vergadering, vastgesteld.
Artikel 16.
1. Het bestuur is verplicht er voor te zorgen dat omtrent de vermogenstoestand van de vereniging een zodanige administratie en boekhouding wordt bijgehouden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kenbaar zijn.
2. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar.
3. Binnen zes maanden na afloop van ieder boekjaar wordt de jaarvergadering gehouden. In deze vergadering brengt het bestuur zijn jaarverslag uit en legt het onder overlegging van de jaarstukken jegens de leden en de donateurs rekening en verantwoording af over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerde beleid. De jaarstukken bestaan uit een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting en worden door alle bestuurders ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder de jaarstukken met opgave van de reden melding gemaakt. Tevens legt het bestuur zo mogelijk een begroting van de inkomsten en uitgaven voor het komende boekjaar over.
4. Op grond van bijzondere omstandigheden kan de algemene ledenvergadering besluiten de in het vorige lid genoemde termijn, waarbinnen rekening en verantwoording moet worden afgelegd, te verlengen. In dat geval worden de jaarstukken besproken op een buitengewone algemene ledenvergadering, die alsdan binnen de verlengde termijn moet worden gehouden.
5. Indien het bestuur niet binnen de in lid 3 genoemde termijn, of, indien de algemene ledenvergadering de termijn op grond van het bepaalde in lid 4 heeft verlengd, niet binnen de door de algemene ledenvergadering bepaalde termijn, de rekening en verantwoording als bedoeld in lid 2 heeft afgelegd, kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
6. Tenzij het bestuur aan de algemene ledenvergadering omtrent de getrouwheid van de jaarstukken een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overlegt, benoemt de algemene ledenvergadering jaarlijks uit de leden een kascommissie met de opdracht de jaarstukken van het bestuur te onderzoeken. De commissie bestaat uit ten minste twee leden en een plaatsvervangend lid. Deze leden mogen geen deel uitmaken van het bestuur. De leden van de kascommissie zijn aansluitend slechts eenmaal herkiesbaar.
7. De algemene ledenvergadering kan de opdracht aan de kascommissie te allen tijde herroepen, mits tegelijkertijd een nieuwe commissie wordt benoemd.
8. De kascommissie brengt over haar bevindingen verslag uit aan de algemene ledenvergadering.
9. Vereist het onderzoek van de jaarstukken bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich voor rekening van de vereniging door een deskundige laten bijstaan.
10. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de bezittingen van de vereniging te tonen en haar inzage in de administratie en de boekhouding van de vereniging te geven.
11. De algemene ledenvergadering beslist over de goedkeuring van het jaarverslag en de vaststelling van de jaarrekening en de begroting. Zij kan in de jaarrekening en /of in de begroting wijzigingen aanbrengen alvorens deze vast te stellen. Is een accountantsverklaring als bedoeld in lid 6 van dit artikel overgelegd dan kan slechts na overleg met de accountant die de verklaring heeft afgegeven, tot wijziging van de jaarrekening worden besloten. Door goedkeuring van het jaarverslag en vaststelling van de jaarrekening verleent de algemene ledenvergadering décharge aan de leden van het bestuur voor alle in het desbetreffende boekjaar verrichte handelingen voorzover die uit de jaarstukken blijken.
12. Het bestuur is verplicht de administratie, de boekhouding en de jaarstukken van ieder boekjaar ten minste zeven jaar lang te bewaren.

Statutenwijziging

Artikel 17.
1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene ledenvergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij, die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging doen, moeten ten minste veertien dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden en donateurs ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien moet aan ieder lid of donateur op diens verzoek een afschrift van de voorgestelde wijziging ter beschikking worden gesteld.
3. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/ derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Indien op de vergadering geen vijftig procent (50%) van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is, dan kan op een tweede vergadering, mits deze met inachtneming van de voorgeschreven oproepingstermijn binnen vier weken na eerstbedoelde vergadering wordt gehouden, alsnog tot de voorgestelde wijziging worden besloten, ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden, mits precies hetzelfde voorstel in stemming wordt gebracht als voor de eerstbedoelde vergadering was geagendeerd en het besluit genomen wordt met een meerderheid van ten minste twee/ derde der geldig uitgebrachte stemmen. In de oproeping voor de tweede vergadering moet uitdrukkelijk worden vermeld dat thans aldus kan worden besloten, vanwege het ontbreken van het vereiste aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden in de eerstbedoelde vergadering.
5. Een statutenwijziging treedt pas in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Het bestuur stelt de leden op de hoogte van het tijdstip waarop de wijziging in werking treedt.
6. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het handelsregister, waar de vereniging is ingeschreven.

Ontbinding

Artikel 18.
1. De algemene ledenvergadering is bevoegd de vereniging te ontbinden. Het besluit tot ontbinding kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/ derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie/ vierde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
2. Het bepaalde in de leden 2 en 4 van artikel 17 is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij het besluit wordt uitdrukkelijk het tijdstip bepaald waarop de vereniging wordt ontbonden.
4. De algemene ledenvergadering bepaalt tevens de bestemming van een eventueel na vereffening blijkend overschot van het vermogen van de vereniging. Die bestemming moet zoveel mogelijk overeenkomen met het doel van de vereniging. Niet mag worden bepaald dat een batig saldo zal toekomen aan degenen die ten tijde van de ontbinding leden of ereleden waren.
5. Zijn op het tijdstip van ontbinding geen baten meer aanwezig, dan houdt de vereniging op dat tijdstip op te bestaan.
6. Buiten het geval, bedoeld in het vorige lid, blijft de vereniging na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Zij houdt alsdan op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt.
7. Zolang de vereniging na ontbinding voortbestaat, moet in stukken en aankondigingen die van haar uitgaan aan haar naam worden toegevoegd: “in liquidatie”.
8. Is de vereniging ontbonden ingevolge een besluit van de algemene ledenvergadering dan treden de bestuurders als vereffenaars op, voorzover de algemene ledenvergadering bij haar besluit niet anders heeft bepaald.
9. Het bestuur, respectievelijk, in geval van vereffening, de vereffenaars, zorgt/ zorgen ervoor dat van de ontbinding en van het einde van het bestaan van de vereniging opgaaf ter inschrijving in het handelsregister wordt gedaan.
10. Op de vereffenaars zijn de wettelijke en statutaire bepalingen omtrent de benoeming, de schorsing, het ontslag van en het toezicht op bestuurders van overeenkomstige toepassing.
11. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden en plichten als een bestuurder, voorzover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
12. Blijkt aan de vereffenaars dat de schulden van de vereniging de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan zijn zij verplicht aangifte tot faillietverklaring van de vereniging te doen, tenzij alle schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.
13. Hetgeen na de voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de vereniging is overgebleven, dragen de vereffenaars, na inachtneming van het in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde omtrent het opstellen en publiceren van een rekening en verantwoording en een plan van uitkering, over aan degene(n) die daarop krachtens de door de algemene ledenvergadering bepaalde bestemming recht heeft/hebben. Heeft de algemene ledenvergadering geen bestemming bepaald, dan bepalen de vereffenaars voor welk doel het overschot zal worden besteed. Ook deze bestemming dient zoveel mogelijk overeen te komen met het doel van de vereniging.
14. Na afloop van de vereffening worden de boekhouding en de administratie van de ontbonden vereniging gedurende tenminste zeven jaar bewaard door de persoon die daartoe door de algemene ledenvergadering is aangewezen.

Regelementen

Artikel 19.
1. Voorzover deze statuten erin voorzien dat bepaalde aangelegenheden nader in een reglement moeten of kunnen worden geregeld, is de algemene ledenvergadering bevoegd zodanig reglement vast te stellen. Daarbuiten is de algemene ledenvergadering steeds bevoegd andere aangelegenheden betreffende de interne gang van zaken bij reglement te regelen.
2. Een reglement wordt vastgesteld en gewijzigd bij besluit van de algemene vergadering. Zodanig besluit moet worden genomen met inachtneming van dezelfde formaliteiten als gelden voor een besluit tot statutenwijziging.
3. Een reglement mag niet in strijd zijn met de wet of met deze statuten.
4. In gevallen waarbij niet in de wet of de statuten dan wel reglementen is voorzien beslist het bestuur.